In het Coalitieakkoord 2026-2030 van D66, VVD en CDA staat voor de gezondheidszorg onder andere het voornemen genoemd om de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg af te schaffen.


Wanneer de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg daadwerkelijk verdwijnt, zal dit een grote impact hebben op de (machts)verhoudingen tussen zorgverzekeraars en de verschillende soorten zorgaanbieders tijdens het zorginkoopproces. Vooral ook voor kleine zorgaanbieders met relatief weinig marktaandeel.

In een factsheet bieden Kompas in Zorg en BS Health Consultancy inzicht in de vergoedingen van niet-gecontracteerde zorg in 2026 voor vier categorieën van zorg: geestelijke gezondheidszorg (ggz), zelfstandige behandelcentra (zbc’s), fysiotherapie en hulpmiddelen. Daarbij is onderscheid gemaakt in 3 verschillende zorgpolissen (basisverzekering) die veel zorgverzekeraars aanbieden: de relatief goedkope polis (met een jaarpremie tot € 1.820), de (reguliere) naturapolis (meest gekozen) en de combinatiepolis.

Sinds 2025 worden door de zorgverzekeraars geen restitutiepolissen meer aangeboden. Deze restitutiepolissen zijn veelal vervangen door combinatiepolissen om de zorgkosten van niet-gecontracteerde zorgaanbieders in onder andere de ggz te kunnen beheersen. Dit is ook terug te zien in de grafieken in de factsheet waarbij de dekking voor niet-gecontracteerde ggz bij geen enkele polis volledig is. Dit in tegenstelling tot zelfstandige behandelcentra, fysiotherapie en hulpmiddelen. Bij deze drie laatste genoemde categorieën van zorgaanbieders is te zien dat de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg over het algemeen het laagst is bij de goedkope polis en het hoogst bij de combinatiepolis. De dekking van de (reguliere) naturapolis ligt er tussenin.